Live vanaf het NPCF-congres ‘De zorgconsument aan zet’
Tijdens het NPCF-congres ‘De zorgconsument aan zet’ hebben we live geblogd en getwitterd over de verschillende presentaties, workshops en ontmoetingen. In dit artikel staat het integrale live verslag zoals dat die dag live is opgetekend; inclusief kromme zinnen, taal- en spellingsfouten. :-). Wel heb ik achteraf de verschillende presentaties (die op Slideshare staan) toegevoegd.
Opening door Annette van Trigt. Zij zet direct al de agenda: ‘de knop moet om’. Niet zo zeer technisch, maar vooral in de bovenkamer. Vervolgens interviewt ze aan de tafel de adjunct-directeur Atie Schipaanboord van de NPCF over eHealth, empowerment en het congres. Namens de NPCF schetst zij het beeld dat als we meer in partnerschap de zorgverlenen dat we dan de kwaliteit van zorg en de trouw aan therapieën kunnen vergroten.
Volgens de adjunct-directeur is de zorg er nog niet klaar voor deze health2.0-achtige samenwerking. Er zijn mooie initiatieven, maar er zijn ook heel veel hobbels (’wat ze probeert netjes te zeggen’). Bedreigingen, problemen, angsten en dergelijke regeren nog veel in de gezondheidszorg. Natuurlijk zijn er volgens haar wel risico’s, maar we kunnen ook zekerheden inbouwen. Zo mag ‘privacy’ geen belemmering zijn in de ontwikkeling van goede zorgapplicaties. Volgens de adjunct-directeur hebben we ook geen moeite met privacy rondom e-mail en mobiel bellen. Wanneer het om zorg gaat, dan komen we allemaal in een soort stuiptrekking. In haar optiek is ‘Gezondheid2.0′ dan ook niet te stoppen. De patient kan regisseur worden in de gezondheidszorg. Dit is de hoop die door de NPCF wordt uitgesproken. Om daad bij de hoop toe te voegen overhangt de NPCF een visie van hen op ‘Gezondheid2.0‘ aan dhr. Boereboom, directeur generaal Langdurige Zorg bij VWS.
In toespraak richt Boereboom zich vervolgens op het feit dat de kloof gedicht moet worden. Innovaties moeten ondersteund worden. De patient, de zorgverlener, de verzekeraar en de overheid moeten gezamenlijk deze innovaties oppakken. Hij ziet hierbij een rol voor het zorginnovatie-platform: ‘Laten zien dat het kan’. Daarnaast complimenteert hij de NPCF met hun initatief voor dit congres en voor hun visie.
(wow, voor vijf minuten krijg je bloemen en een kist wijn… straks mogen wij nog… tien minuten)
Menzis en Koala
Roger van Boxtel betreedt na Boerboom het podium. Alvorens hij tot zijn verhaal over Koala komt, wordt hij door Annette van Trigt geinterviewd over zorg2.0-ontwikkelingen. Volgens hem gaan de ontwikkelingen zo traag omdat het onze ‘cultuur’ ligt. Alles ligt volgens hem klaar, maar we praten er teveel over en doen te weinig.
Na het interview vervolgt hij over Koala. Koale is volgens Van Boxtel het grootste project op het gebied van zorg op afstand. Zo’n zeshonderd mensen doen in de provincie Groningen mee. Via een eigen televisie kunnen deze mensen contact maken met verpleegkundigen en meetgegevens (bloeddruk, suikerwaarden, ECG en longfunctie) verzenden. Ik vind wel opvallend dat Koala nog erg van televisietechniek gebruik maakt en bijvoorbeeld geen multichannel toepassing kent voor laptop, mobiele telefoon, etc. Maar goed Koala is ook in 2005 gestart. Wel is het zo (typisch Nederlands?) dat pas in 2007 de eerste aansluiting werd uitgerold. Ondanks de vele succesverhalen en -momenten lijkt Roger van Boxtel wel een belangrijke boodschap te hebben: “Koala gaat door, mits we daarbij medepioniers kunnen vinden die draagvlak en volume kunnen vergroten”. Dit loont volgens hem wel, want uit onderzoek van de Groningse universiteit is gebleken dat met een landelijke uitrol van Koala een derde van het toekomstig capaciteitsprobleem in de zorg opgelost kan worden. Toch benoemd Van Boxtel weer enkele hobbels:
- De cultuurverandering: we moeten openstaan voor innovaties, voor samenwerking, etc.
- De kostenstructuur. De online behandelingen en ondersteuning, alsmede gelden voor innovaties zijn bijvoorbeeld niet of nauwelijks versleuteld in de DBC-systematiek.
Tot slot doet hij een oproep aan de ‘zorgconsument’. Het idee van ‘gezondheid2.0′ moet gaan landen bij de patienten zelf. Zelfmanagement is volgens Van Boxtel essentieel om de zorg betaaalbaar en toegankelijk te houden. Het moet namelijk niet alleen bij VWS, of alleen bij de zorgverlener, of alleen bij Economische Zaken, of alleen bij belangenverenigingen blijven. In gezamenlijkheid moeten initiatieven ondersteund en omarmd worden.
N.a.v. een opmerking van VWS over het innovatieplatform, reageert Van Boxtel dat zo’n platform niet altijd voor massa zorgt. Hij heeft grote zorgen dat je blijft hangen in kleinschalige projecten.
(Wat mij opvalt is dat Van Boxtel alle ontwikkelingen in overleggen e.d. wil institutionaliseren, terwijl juist web2.0 zich kenmerkt door juist een de-instutionalisatie en veel meer netwerkengedachten. Het wordt allemaal veel te complex gemaakt).
IVF-polikliniek
Nu komt Gert Jan Dijkmans van Gunst van Ynno op het podium. Hij presenteert de Ynno-visie op de online patient en de polikliniek van de toekomst. Als voorbeeld wordt de IVF-polikliniek van het UMC St. Radboud genoemd. Een video toont vervolgens de mogelijkheden, zoals het chatten tussen zorgverlener en patient, en tussen patienten onderling. Aardig is dat antwoorden aan patienten in het forum ook zichtbaar worden voor de andere patienten, zodat er onderling geleerd kan worden en meer ‘empowerment’ plaats kan vinden. Ook is er een online dossier voor patienten, wat, jawel (!), gekoppeld is aan het medisch dossier zoals dat binnen de muren van het academisch centrum in Nijmegen gebruikt wordt. In dit dossier zitten tevens beelden van de teruggeplaatste embryo’s. Dit blijkt zeer belangrijk voor de patienten te zijn. De mensen van de IVF-polikliniek verwachten, dankzij de online ontwikkelingen, in de toekomst een andere manier van zorg, afname van bezoeken en telefoontjes én meer tevreden en betrokken patienten.
Na de video interviewt Van Trigt de betrokken dokter prof. Jan A.M. Kremer (gynaecoloog) over het initiatief. Het blijkt dat dit project al in 2001 gestart is. Hij ziet mogelijkheden voor een landelijke uitrol. Leuk is dat hij bij de start van het project zag dat het om een paradigmaverandering gaat. Deze verandering werd niet direct opgepakt, want het idee voor een digitale IVF-poli heeft een jaar lang in een la bij VWS gelegen. Gelukkig werd het er uitgehaald en sinds 2003 is de online poli beschikbaar. Daarna is het vertrouwen rondom het systeem alleen maar gegroeid; bij artsen, verpleegkundigen en patienten.
Met de aanwezige online verbinding (!) wordt de online poli getoond. Het is gaaf om te zien dat het volledig medisch dossier online beschikbaar is gemaakt én dat patienten kunnen reageren op de daarin opgeslagen informatie. Jammer is dat de vragen op het forum ook opgeslagen worden in het medisch dossier. Hiermee voldoen de artsen van de IVF-poli nog niet aan alle registratie-eisen. Dit is iets wat in andere e-health-projecten ook vaak vergeten wordt.
Na de live vertoning focust Kremer zich op de toekomst. Hij vindt dat ze in de toekomst steeds meer buiten de muren van het ziekenhuis moeten kijken. Het moet niet uitmaken waar iemand z’n echo’s laat maken. De foto’s moeten direct vanaf elk ziekenhuis in het online dossier komen. Hij heeft hiervoor ‘MijnZorgNet’ gestart. Het motto is: ‘Bouw geen fysieke ziekenhuizen rondom aanbieders maar bouw virtuele ziekenhuizen rondom patientengroepen’. Samen met parkinson-patienten zijn ze bezig met de ontwikkeling van een online zorgnetwerk.
Aan het slot van zijn presentatie heeft hij nog een aantal heldere en krachtige punten, waaronder ‘onderschat de patient niet, collega!’. Andere punten zijn:
- Internet is geen doel, maar een tool
- De patient is verdwaald in de versnippering van de zorg
- Internet kan die snippers verbinden
- Maak van de patient geen consument, maar medeproducent!
- Iedere patient zijn eigen virtuele ziekenhuis!
Op een vraag van Van Trigt geeft Kremer aan dat hij met de digitale poli niet veel extra tijd kwijt met de online begleiding van de patient. Op een vraag uit de zaal over ‘kosten’, antwoordt hij duidelijk: ‘Patientencommunicatie en -begeleiding is een integraal onderdeel van mijn werk. IK vind ook niet dat het in aparte DBC’s vervat moet worden.’
Flevoziekenhuis - Bart van Aken over digitalisering patientencontact
Hij begint zijn verhaal met een algemene verhaal over het Flevoziekenhis en eHealth. In een aantal cijfers toont hij aan dat er een enorme behoefte aan eHealth is. Bij het Flevoziekenhuis heeft men een online afsprakensysteem geimplementeerd, waarmee afspraken gemaakt, gewijzigd en geannuleerd kunnen worden. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor een deel van de anamnese thuis. De reden om met online afspraken te beginnen, zat in de enorme wachttijden bij het telefonisch maken van een afspraak. Het systeem draait naast de bestaande mogelijkheden. Oftewel, de telefoon is niet verdwenen.
Van Aken toont ook de resultaten van deze toepassing:
- 17% van de patienten boekt online
- 0,2% no-show bij online afspraken (terwijl dit landelijk 5% via alleen een telefonische afsprakenmogelijkheid)
- Telefonische wachttijd is met 60% verkort
De ‘lessons-learned’ zitten op meer servicegerichtheid, patient empowerment en regie, en online healthportal. Nieuwe ontwikkelingen zijn inmiddels geintegreerd of worden geintegreerd: sms-herinnering, toegangt tot delen van het EPD, digitale anamnese en uitslagen via het Internet. Ook wordt ge-experimenteerd met een spraakmodule. Via de spraakmodule wordt direct met het @ppointment-systeem gecommuniceerd. Momenteel maken nog maar weinig mensen hierbij van gebruik.
In de plannen van het Flevoziekenhuis is opvallend dat zij de portal voor hun patienten willen bouwen, terwijl de patienten hun eigen portals en platformen hebben. Ideeen rondom data-portabiliteit en ‘open social’ lijken nog niet in de polder geland. Terecht vraagt iemand van het Astma Fonds hier naar. Als patientenvereniging zien zij de bui al hangen dat ze in elke portal van elk ziekenhuis op de ziekenhuismanier moeten deelnemen.
Workshop Microsoft
Jan Brouwer van Microsoft verzorgt één van de workshops (bij de inleiding benoemd als ‘vertrouwelijk’ :-)). Zijn onderwerp: Microsoft Healthvault. Hij begint met een uiteenzetting van de toekomst van de zorg (vergrijzing, druk op arbeidsmarkt, etc.). Belangrijke onderdelen vormen volgens hem ‘het betrekken van de patient bij het zorgproces’ en ‘het verbinden van formele en informele zorg’. Microsoft wil in alle ontwikkelingen een ’zorg eco systeem’ ontwikkelen. Zij doen dit voor de ‘Family Health manager’. Voor deze persoon en voor de individuele patienten zelf heeft Microsoft een digitale zorgkluis ontwikkeld: de HealthVault. Niet alleen zorgconsumenten kunnen zich aansluiten op deze kluis, ook zorginstellingen, werkgevers, preventieprogramma’s, apotheken, etc. kunnen deelnemen. Op deze manier ontwikkelt het ecosysteem zich. Hierbij wordt de centrale rol ingenomen door de individuele consument zelf. Hij is manager en aggregator zelf.
Healthvault is volgens Brouwer geen PHR (Personal Health Record). Het is meer. Je kan namelijk ook informatie opslaan over je welzijn en je eigen informatievergaarbak van relevante online informatie samenstellen. Wel kan je met Healthvault in Nederland nog niet informatie uit medische dossiers van ziekenhuizen binnen halen.
Om het gebruik en de deelname te bevorderen biedt Microsoft ook een SDK aan. Deze is al meer dan 5.000 keer gedownload.
Brouwer gaat ook kort in op het businessmodel achter HealthVault:
- Naamsbekenheid
- Relevante reclame bij zoekopdrachten en opgeslagen informatie in het Scrapbook. De reclames zijn niet gekoppeld aan de door jezelf opgeslagen medische informatie.
N.a.v. een vraag uit de zaal blijkt dat HealthVault nog niet in Europa echt wordt aangeboden. Als het in Europa aangeboden gaat worden, zullen de servers ook in Europa staan, zodat de Amerikaanse overheid geen toegang kan krijgen tot je eigen medische informatie.
In de discussie reageert Marcel Heldoorn van de NPCF op het initiatief van Microsoft. Hij geeft aan dat, of je het leuk vindt of niet, deze ontwikkeling van online dossiers zich zal doorzetten. De moderator van deze sessie stelt vervolgens de vraag of er niet te veel initiatieven zijn, waardoor de consument door de bomen het bos niet meer ziet. Brouwer van Microsoft ziet deze versnipperingen aan initiatieven ook. Hij vindt wel dat er gewerkt moet worden aan één plek. Volgens hem creëert Microsoft dit.
Brouwer ziet zijn Healthvault niet als een project naast alle EPD-ontwikkelingen van VWS. Hij lijkt het meer als een aanvulling te zijn en de stap naar de toekomst waarin iedereen zijn eigen dossier heeft. Marcel ziet voor de NPCF enige bescheidenheid in de rol van zijn organisatie om marktpartijen te bewegen te gaan samenwerken. Dit wordt door sommige aanwezigen als een ’slap standpunt’ gezien. Marcel vindt wel dat ze als NPCF criteria kan neerleggen. Daarnaast kan de NPCF uitspraken doen over hoe de verschillende systemen aan elkaar gekoppeld moeten worden.
Wel mooi is te zien dat Microsoft heel herkenbaar eigenlijk geen concurrentie voor hun Healtvault ziet. Er zullen slechts enkele bedrijven zijn die dit soort grote projecten kunnen lanceren.
En dan de primeurs:
- Najaar 2008: Healtvault beschikbaar in Engeland, Frankrijk, Duitsland.
- Voorjaar 2009: Nederland
In andere workshop wordt daarnaast net bekend dat in september iedere Nederlander een brief van de overheid krijgt om deel te nemen in een landelijk elektronisch patientendossier. Loopt Microsoft dan achter de feiten aan?
Andere workshops
Naast de workshop van Microsoft waren er verschillende andere sessies. Van enkele workshops staan de sheets online:
Web2.0 voor verenigingen
Marnix Bras (coördinator nieuwe media bij Dance4life) hield een presentatie over wat patiëntenverenigingen kunnen met web2.0
Transmurale diabetesezorg
Evert Jan Hoijtink (PortaVita ) ging in op transmurale diabeteszorg met behulp van een multidisciplinair EPD.
Telemonitoring bij COPD
Frank Visser (longarts (CWZ)), Stefan Perdok (projectleider (Focus Cura)) en Kirsten de Haas (CWZ) vertelden over de mogelijkheden van telemonitoring bij COPD.
Patiëntenportal
De toekomstig patëntenportal van het NPCF en het daaraan voorafgaand onderzoek onder chronisch zieken werd toegelicht door Jacqueline Baardman (NPCF).
Landelijk EPD
De rol van de overheid, het landelijk EPD en de daaraan gekoppelde ontwikkelingen werd in een worskshop door Hans Haveman (Ministerie VWS, Programmabureau Innovatie en ICT) benoemd. Onder andere werd in deze workshop gemeld dat in september 2008 een attenderingscampagne rondom het landelijk dossier zal gaan plaatsvinden.
Forumdiscussie
Dagvoorzitter Annette van Trigt opent de discussie met een vraag aan Ellen Maat (programmadirecteur innovatie bij VWS) of het EPD er echt gaat komen. Het antwoord hierop is volmondig: Ja. Er kan echter nog geen definitieve datum gegeven worden, maar ze alles in op eind 2009. Volgens Maat heeft het zo lang geduurd, omdat het een groot veranderingsproces is, waarin een hardnekkige structuur is.
Gert-Jan van Boven (Nictiz) wordt gevraagd naar het ‘gezeur om de eenheid van taal’. Volgens Boven is het niet echt gezeur, maar wel van enorm belang dat er eenheid van taal is. De eenheid van taal is één van de redenen waarom het zo lang duurt. Daarnaast is volgens hem ICT in de zorg nog erg nieuw. Hij ziet vooral een rol voor de patient / zorgconsument om de ict-ontwikkelingen in de zorg te bevorderen. Deze opmerking is natuurlijk een inkopper voor de adjunct-directeur Atie Schipaanboord van de NPCF. Volgens haar zit de zorgconsument allang op al die ICT-ontwikkelingen te wachten.
Maat (VWS) ziet een versnelling van de invoer vooral tot stand komen door wetgeving en financiele prikkels. Oftewel door het verplicht stellen van het elektronisch patientendossier.
Van Trigt gooit een knuppeltje in het hoenderhok: zijn het de huisartsen die het nu vooral tegenwerken? Door een persoon van Nivel wordt dit snel onkracht. Er zijn heel veel artsen die mee willen in de ICT-ontwikkelingen.
Er wordt in de forumdiscussie gefocust op de bottlenecks. Al snel wordt ‘Angst’ als iets genoemd wat invoering van Gezondheid2.0 tegenwerkt. Op basis hiervan mengt Kremer zich in de discussie. Hij is van mening dat de 2.0-communicatieontwikkelingen nu eindelijk in de colleges voor toekomstig artsen moet komen. Volgens hem wordt er hier niet of nauwelijks aandacht aanbesteed, waardoor de kloof tussen arts en patient2.0 in stand wordt gehouden.
Algemeen wordt gesteld dat ‘angst’ misschien veel in de weg staat, maar dat als je als arts er eenmaal mee aan de gang gaat, dat dan blijkt dat het helemaal niet ‘eng’ is. Oftewel, we moeten gewoon aan de gang. De ’angst’ maakt volgens de adjunct-directeur van de NPCF de zorg ook niet klantgericht.
Door Nictiz worden argumenten over onmogelijke betaalsysteem als drogredenen weggewuifd. Toch vraagt Van Trigt of dit allemaal zo makkelijk te regelen is: wie betaalt het skype consult? Kremer meldt dat het tot nu toe hem geen extra tijd kost. Sterker nog: het scheelt de zorgverleners tijd en daar voor hoeft geen extra vergoeding.
Ondanks de opmerkingen van Nictiz en dr. Kremer blijft de discussie op ‘geld’ hangen. Tarieven, wel of niet? Welke kosten? Etc. etc. slaan de discussie snel dood. Gelukkig probeert Maat de discussie weer naar het positieve te trekken. Haar buurman vult aan: ‘we kunnen nu aan de slag, de initiatieven zijn er’. Oftewel, niet wachten en niet discussieren over alleen geld. Vervolgens weet toch de adjunct-directeur van de NPCF de discussie weer negatief te krijgen: we staan pas over tien jaar op het niveau waarop we nu staan met telebankieren.
We’re on stage
Na de forumdiscussie mogen Maarten den Braber en ik de laatste minuten van het congres vullen met een korte presentatie over Nexthealth.
Onze presentatie ziet er alsvolgt uit:



[...] En hier een impressie van het congres op Nexthealth. [...]
[...] terug naar het congres: Omdat er hier al een uitgebreid verslag van deze, wat mij betreft zeer geslaagde dag te vinden is, ga ik dat niet nog een keer overdoen. [...]
[...] terug naar het congres: Omdat er dus al uitgebreid verslag van deze, wat mij betreft zeer geslaagde dag te vinden is, ga ik dat hier niet nog een keer [...]
[...] Verslag van het E-Health congres ‘De zorgconsument aan zet’ [...]
[...] 17 januari 2009 - 08:00Tags: health2.0, ziekenhuisbouw, zorg2.0 Tijdens het vorig jaar gehouden NPCF-congres ‘De zorgconsument aan zet’ deed IVF-arts dr. Jan Kremer van het UMC St Radboud al een belangrijke voorzet. In zijn ogen [...]